T v Eijsden in Politie-verklaring: Plots Klinker Gepakt voor Aanval op - Lege Handen - Cor Karsten.

T v Eijsden stelde Straatklinker Gepakt Tijdens Woordenwisseling of Na Duw- en Trekwerk.


Hoge Raad noemt Ongegronde Verklaring Zichtegenspreker T.P.W. van Eijsden tegen Cor Karsten Hoofdbewijs.

Hoge Raad Misdadig met Onbevestigde T v Eijsden-fantasie als Hoofdbewijs tegen Cor Karsten.



Geen een (verzonnen) verklaring van TPW van Eijsden tegen Cor Karsten inhoudelijk bevestigd door een getuige of hard feit.




Een mentaal gelijksoortige straatklinker-doodgooier als TPW van Eijsden slaagt voor examen moordaanslag: (3:11m).




Inconsistentie tussen Verklaringen T v Eijsden tonen tegenstrijdigheden over SITUATIE om straatklinker te pakken tegen C Karsten.

Op Eis C Karsten T van Eijsden door Politie Eindelijk uit huis Gehaald en Opgebracht naar Zitting Hoger Beroep, maar ook daar loog hij.

Ware Situatie waarin Klinker Gepakt Geheim Gehouden door T v Eijsden; Zijn Verklaringen zijn Sterk Wisselend.






Zelftegenspraak T v Eijsden door Moeite exacte Waarheid Gooien Klinker Geheim te houden.

Verklaringen afgelegd door T.P.W. van Eijsden Wijzen nota bene TvE zelf aan als de Dader van Klinkeraanslag op Cor Karsten.
-- 1.1. Slechts enkele afgelegde officiële verklaringen van T.P.W. van Eijsden zijn al voldoende om aan te kunnen tonen dat TvE de gewapende dader was van een aanslag (met straatklinker) op C Karsten.

-- 1.2.1. TPW van Eijsden stelde in één van die afgelegde officiële verklaringen dat hij tijdens de woordenwisseling met C Karsten de straatklinker heeft gepakt en daarmee C Karsten te lijf is gegaan, omdat CK in zijn binnenzak zou zijn gaan grijpen tijdens de woordenwisseling en TvE van buurtbewoners zou hebben gehoord dat C Karsten altijd een wapen bij zich zou hebben (citaat (1.a):

- " Vanavond kwam ik C. Karsten weer tegen en er ontstond weer een woordenwisseling tussen ons. Ik zag dat C. Karsten in zijn binnenzak greep en aangezien ik GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij altijd een [wapen] bij zich had, heb ik een steen [straatklinker] gepakt en daarmee in zijn richting geslagen. "

- Het is belangrijk op te merken dat TvE de straatklinker pakte en daarmee CK te lijf ging TIJDENS de WOORDENWISSELING.
- Het is ook belangrijk op te merken dat het excuus om de straatklinker te pakken - volgens de verklaring - zou hebben bestaan uit de omstandigheid dat CK in zijn binnenzak zou zijn gaan grijpen, tijdens de woordenwisseling, en buurtbewoners zouden hebben gezegd tegen T v Eijsden dat CK altijd een wapen bij zich zou hebben.
Het is zeer belangrijk dat door TPW van Eijsden in zijn verklaring NIET is gesteld dat CK een wapen in handen had maar dat door TvE slechts is GESUGGEREERD dat CK een wapen bij zich zou kúnnen hebben, omdat T v Eijsden van buurtbewoners zou hebben gehoord dat C Karsten altijd een wapen bij zich zou hebben.

-- 1.2.2. In een andere, later afgelegde verklaring (hieronder (zie citaat (1.b) stelde TPW van Eijsden 'wat duw- en trekwerk' met C Karsten te zijn aangegaan na de woordenwisseling. In die latere verklaring werd, opmerkelijk, door TvE NIET gesuggereerd dat CK tijdens de woordenwisseling een wapen bij zich zou kunnen hebben (citaat (1.b):

- " Er ontstond een woordenwisseling. Daarna was er wat duw- en trekwerk. "

- Uit deze verklaring van TPW van Eijsden blijkt (zie citaat (1.b) dat C Karsten de aanslag van TvE met de straatklinker tijdens de woordenwisseling (zie andere verklaring, citaat (1.a) heeft overleefd en niet is overleden. Als CK na de aanslag met de straatklinker op de grond zou hebben gelegen, is het niet goed denkbaar dat TvE 'wat duw- en trekwerk' zou hebben willen aangaan met CK. CK zal door de aanslag fysiek zwaar 'groggy'* zijn geworden en dus voor TvE een makkelijk slachtoffer om 'wat duw- en trekwerk' mee te gaan doen.
Hoe kan T v Eijsden een reden hebben gehad om met C Karsten na de woordenwisseling 'wat duw- en trekwerk' te gaan doen, terwijl C Karsten, volgens de eerdere verklaring van T v Eijsden (zie citaat (1.a) al was aangevallen met de straatklinker [straatklinker van dichtbij met kracht op zijn hoofd gegooid]. C Karsten moet door die aanslag - waarbij CK kennelijk ongewapend was, want geen woord over een wapen tijdens de woordenwisseling in de volgende verklaring van T v Eijsden (zie citaat (1.b) - toch fysiek ernstig gehavend zijn geraakt door de aanslag met de straatklinker.
Het aan willen gaan, door T v Eijsden, van 'wat duw- en trekwerk' met C Karsten toont trouwens aan dat C Karsten tijdens de woordenwisseling in de tweede verklaring (zie citaat (1.b) kennelijk niet gewapend was. Daarmee haalt T v Eijsden zijn insinuatie in zijn eerdere verklaring 100% onderuit (zie citaat (1.a) dat C Karsten tijdens de woordenwisseling een wapen uit zijn binnenzak zou zijn gaan grijpen ("greep") (beweerdelijk wapen, zou TvE van buren hebben gehoord).

- Uit de tweede verklaring blijkt ook weer ("Er ontstond een woordenwisseling. Daarna was er wat duw- en trekwerk.") (zie citaat (1.b) dat de aanslag door TPW van Eijsden met de straatklinker op C Karsten moet hebben plaatsgevonden tijdens de woordenwisseling (zie citaat (1.a) en dat C Karsten in werkelijkheid daarbij volstrekt ongewapend was. Want dat er na de woordenwisseling wat duw- en trekwerk was, zoals T v Eijsden in zijn latere verklaring stelde (zie citaat (1.b), wijst er op dat de aanslag met de straatklinker op CK toch echt tijdens de woordenwisseling moet zijn gebeurd. Want anders zou T v Eijsden na de woordenwisseling geen 'wat duw- en trekwerk' zijn aangegaan met C Karsten, als die werkelijk gewapend zou zijn. Ook wijst het daadwerkelijke pakken van de straatklinker tijdens de woordenwisseling in de eerdere verklaring er op (zie citaat (1.a) dat de aanslag met de straatklinker werkelijk tijdens de woordenwisseling heeft plaatsgevonden (T v Eijsden stelde immers zelf dat hij tijdens de woordenwisseling de straatklinker pakte). Opvallend is dat in de latere verklaring niet is gesteld dat C Karsten tijdens de woordenwisseling in zijn binnenzak zou zijn gaan grijpen, naar een door TvE gesuggereerd wapen.

- Uit de verklaring waarin T v Eijsden stelde dat er na de woordenwisseling 'wat duw- en trekwerk' was met C Karsten (zie citaat (1.b) kan worden geconcludeerd, dat C Karsten niet door de door T v Eijsden tijdens de woordenwisseling volvoerde aanslag (zie citaat (1.a) is overleden en dat C Karsten tijdens die woordenwisseling geen wapen in handen had. Want hoe zou er na de woordenwisseling 'wat duw- en trekwerk' kunnen zijn als C Karsten een wapen in handen zou hebben, een gesuggereerd wapen (van buurtbewoners 'horen zeggen') waarvoor T v Eijsden in zijn eerdere verklaring stelde een straatklinker te hebben gepakt. Door zijn verklaring over 'duw- en trekwerk' sluit T v Eijsden zelf uit dat C Karsten tijdens de woordenwisseling en de daarin voorkomende aanslag met de straatklinker een wapen in handen zou hebben.

-- 1.3. Door de bovenstaande eigen verklaringen laat T.P.W. van Eijsden zien dat hij nota bene de dader was van een aanslag met de straatklinker op C Karsten tijdens de woordenwisseling (zie citaat (1.a) en dat C Karsten tijdens die woordenwisseling en bij die aanslag met straatklinker geen wapen in handen had (zie citaten (1.a en 1.b).
- Die (gruwelijke) aanslag met de straatklinker op C Karsten heeft plaatsgevonden in dezelfde zaak als waarover T.P.W. van Eijsden (dader die zich voordeed als slachtoffer) de lasterlijke aanklacht heeft ingediend tegen C Karsten.







Zelftegenspraak T.P.W. van Eijsden kwam door Moeite Ware Situatie Geheim te houden waarin Straatklinker Gepakt tegen Cor Karsten.



Waarheid








Baksteen naar hoofd -- Moordaanslag.



















































© Copyright corkarsten.nl