In woordenwisseling pakte T v Eijsden straatklinker [zag C Karsten geen wapen hanteren (pv)].

Bij politierechter benadrukte T v Eijsden straatklinker te hebben gepakt na duw-/trekwerk.




T v Eijsden bij politierechter: duw-/trekwerk na woordenwisseling [kennelijk geen wapen bij Karsten in handen].

T v Eijsden maakt met zijn verklaringen ONHOUDBAAR dat Cor Karsten wapen hanteerde. Eigen tegenspraak in verklaringen T v Eijsden laten zien (m.n. duw- trekwerk) dat C Karsten tijdens woordenwisseling geen wapen in handen had, wat T v Eijsden in andere verklaringen wel stelt.


Nep-slachtoffer TPW van Eijsden laat zelf zien in zijn afgelegde verklaringen aan de politie ("Aangezien ik van buurtbewoners GEHOORD had") (pv, 761-466/87) en aan politierechter ("duw- en trekwerk"):
Karsten hanteerde GEEN wapen.
Dat feit benadrukt dat 'beroep op noodweer' door Karsten niet voor de hand ligt en zeker niet logisch is.
Een aantal afgelegde verklaringen van nota bene T v Eijsden zelf maken het onbetwistbaar dat C Karsten beslist geen wapen hanteerde tijdens woordenwisseling, wat T v Eijsden in andere verklaringen wel stelt
(op elkaar tegenstrijdige manieren).


-- 1. Eerst worden hieronder essentiële gedeelten getoond (citaten) uit alle door TPW van Eijsden afgelegde Verklaringen over de avond dat hij ging straatklinkergooien op het hoofd van C Karsten. De originele door TPW van Eijsden afgelegde verklaringen zijn welbeschouwd, op één na, inhoudelijk allemaal kort van stof.
Het zal hieronder desondanks echter niet moeilijk blijken te zijn dat met bepaalde gedeelten (citaten) uit twee van die afgelegde verklaringen van TPW van Eijsden* kan worden aangetoond dat als bewezen kan worden beschouwd, dat Cor Karsten** ongewapend was toen hij, destijds in werkelijkheid, onterecht werd aangevallen door TPW van Eijsden met de straatklinker (dodelijk wapen).
*(TPW van Eijsden, ook genoemd: TPW v Eijsden; TvE; T v Eijsden) **(Cor Karsten, ook genoemd: C Karsten; CK).

Belangrijke gedeelten (citaten) voor het dubbel-bewijs (dat C Karsten ongewapend was) zijn te vinden in de door TPW van Eijsden afgelegde verklaringen. Hier zijn met name twee van die verklaringen te vinden onder de volgende, alle verklaringen (citaten daaruit) van TPW van Eijsden.

Essentiële gedeelten uit alle afgelegde verklaringen van TPW van Eijsden:

- " Terwijl ik buiten liep kwam ik de bewoner van de Tielstraat 50, genaamd C. Karsten, tegen. Er is al geruime tijd onenigheid tussen de heer Karsten enerzijds en mij, mijn vriendin en haar ouders, anderzijds. Vanavond kwam ik C. Karsten weer tegen en er ontstond weer een woordenwisseling tussen ons. Ik zag dat C. Karsten in zijn binnenzak greep en aangezien ik GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij altijd een [wapen] bij zich had, heb ik een steen [straatklinker] gepakt en daarmee in zijn richting geslagen. "

- "In de Tielstraat zag ik voor de ingang van de garage voor de bewoners een man staan. Ik herkende de man als zijnde de reeds genoemde Karstens. Toen ik bij hem kwam heb ik tegen hem gezegd dat hij eens op moest houden met het intimideren van mijn schoonfamilie. Ik zag dat hij met beide handen in zijn jaszakken stond. Vervolgens zag ik dat Karstens zijn rechterhand uit zijn jaszak haalde. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een [wapen] vasthield. Ik zag dat hij het [wapen] dreigend in mijn richting hield. Ik voelde mij hierdoor zo bedreigd dat ik een straatklinker* met mijn linkerhand heb opgepakt. Vervolgens heb ik mijn linkerhand, waarin de straatklinker zich bevond, opgeheven met de bedoeling de klinker naar hem toe te gooien."

- "Terwijl ik daar liep kwam ik de heer Karsten tegen. Ik ken deze man van naam en gezicht. Toen ik Karsten was tegengekomen liep ik verder binnendoor terug naar de Tielstraat. Ik zag Karsten daar toen niet meer lopen. In de Tielstraat kwam ik langs de ingang, van de boxen, behorende bij de flats, waar ook Karsten woont. Toen ik daar langs liep zag ik Karsten plotseling uit de box naar buiten komen. Ik sprak als eerste Karsten aan. Die woordenwisseling heeft een minuut of tien geduurd. Hij had eerst aldoor zijn beide handen in zijn zakken. Maar opeens kwam hij met naar ik dacht zijn rechterhand naar voren en toen voelde ik iets tegen mijn borst. Daardoor viel ik op de grond. Ik viel zo dat ik een steen [straatklinker] kon pakken. Ik stond op, ik was blind van woede ik heb toen Karsten met die steen [straatklinker] in zijn gezicht geslagen. Daarna ben ik weg gevlucht."

- "Ik zag Karsten lopen in de Tielstraat. Hij ging naar zijn box. Toen hij eruit kwam heb ik hem aangesproken. Er ontstond een woordenwisseling. Daarna was er wat duw- en trekwerk. Ik zag dat Karsten zijn hand in zijn zak deed en er een [wapen] uit haalde. Ik pakte toen een steen [straatklinker] op."

- " Toen ik in de Tielstraat langs de ingangen van de boxen kwam die bij de flats horen waar ook Karsten woonde, zag ik plotseling Karsten uit een box naar buiten komen. Ik sprak Karsten aan; er ontstond toen een woordenwisseling. Op een gegeven moment zag ik dat Karsten een [wapen] in zijn handen had. Daarop heb ik een steen [straatklinker] gepakt. (...)
Het is juist dat ik aanvankelijk geen aangifte tegen hem wilde doen."

*Straatklinker. In een verklaring aan de politie versprak TPW van Eijsden zich en noemde de 'steen', recht voor zijn raap,  'straatklinker'.

-- 1.1. Bedenk dat alle afgelegde verklaringen van TPW van Eijsden, hoe schrikbarend ze ook op de lezer kunnen overkomen, door T v Eijsden zelf, moedwillig, zijn VERZONNEN. Hij heeft dat willens en wetens gedaan. De gebeurtenissen en omstandigheden die TvE in die verklaringen beschrijft zijn in werkelijkheid dus niet echt gebeurd (behalve in zijn verklaring waarin T v Eijsden stelt dat hij de straatklinker met zijn linkerhand opgeheven houdt met de bedoeling de straatklinker op Cor Karsten te gooien. ("opgeheven met de bedoeling de klinker naar hem toe te gooien.").
Toen T v Eijsden zijn aanslag op Cor Karsten ging uitvoeren, heeft T v Eijsden inderdaad de straatklinker met zijn hand opgeheven met de bedoeling de straatklinker met kracht en van dichtbij op het hoofd van C Karsten te gooien, vanwege zijn heimelijke en vooropgezette plan om CK dood te gooien, met de voor de aanslag verborgen klaarliggende straatklinker. Cor Karsten heeft die straatklinker-aanslag wonder boven wonder overleefd. De straatklinker van dichtbij en met kracht op zijn hoofd gegooid, werd het Cor Karsten vervolgens zwart voor zijn ogen en was hij weg van de wereld en wist niet meer wat er na de aanslag is gebeurd. C Karsten heeft door die aanslag ernstige verwondingen opgelopen, zowel fysiek als traumatisch, en is voor de fysieke verwondingen in het ziekenhuis medisch behandeld (AMC).

Bedenk dus goed dat TvE ook hier in bovengenoemde verklaring van hem ook niet vertelt hoe het er in werkelijkheid precies helemaal aan toe is gegaan. Wat er werkelijk is gebeurd voorafgaand aan het opheffen en het van dichtbij met kracht gooien van de straatklinker op het hoofd van C Karsten, vertelt TvE hem uitkomend maar niet. Daarvoor in de plaats komt hij met verschrikkelijke duimzuigerij aan (laster en leugens), bijvoorbeeld dat C Karsten een tijd lang voor TvE zou hebben gestaan en hem zou hebben bedreigd met een wapen (in een verklaring aan de politie). In zijn andere verklaringen kwam TvE echter met allerlei andere, ernstig tegenstrijdige redenen waarom hij de straatklinker heeft gepakt.

Een terechte conclusie over alle verklaringen van TPW van Eijsden is, dat T v Eijsden de waarheid verzwijgt en de werkelijke reden of omstandigheid verzwijgt waarom hij de straatklinker heeft gepakt en met de straatklinker CK te lijf is gegaan (in werkelijkheid was het de heimelijke bedoeling van TvE met de straatklinker een aanslag te plegen op CK).
Het is begrijpelijk dat TvE in elke door hem afgelegde verklaring een andere reden of omstandigheid heeft aangevoerd waarom hij CK te lijf is gegaan met de straatklinker. Dat TvE in elke verklaring een afwijkende situatie aanvoert voor het pakken van de straatklinker en de aanval daarmee op Cor Karsten komt omdat T v Eijsden telkens, bij elke nieuw af te leggen verklaring, niet op zijn geheugen dus niet op de waarheid af kon gaan, want hij wilde juist NIET de waarheid vertellen (want resultaat zelfcriminalisering) wegens juist zijn criminele gedrag tegen Cor Karsten tijdens 'het incident' (de door TvE beweerde confrontatie).
Omdat het begin van 'het incident' in elke nieuw af te leggen verklaring elke ernstig anders werd door TPW van Eijsden, moest T v Eijsden elke keer bij het afleggen van een volgende, nieuwe verklaring over het gehele incident dus elke keer een nieuw verloop van het incident verzinnen. Zodoende zijn alle afgelegde verklaringen van TPW van Eijsden allemaal ernstig verschillende versies (of verhalen) over het (door TvE verzonnen) 'incident' geworden.



Twee TPW van Eijsden-verklaringen tonen: Cor Karsten Geen Wapen in Handen toen Straatklinkeraanval werd uitgevoerd.
-- 2. Uit afgelegde verklaringen van TPW van Eijsden over het door T v Eijsden beweerde (eenmalige) incident is dubbel bewijs te halen dat Cor Karsten ongewapend was toen T v Eijsden de straatklinker pakte en hij daarmee, meteen, de aanval inzette op Cor Karsten (zie hieronder citaten (2.1) en (2.2) (uit vooral citaat (2.1) blijkt: TvE zette meteen de aanval in). De twee gebezigde verklaringen (citaten) komen uit twee van de hieronder staande afgelegde verklaringen (citaten) van T v Eijsden.

TPW v Eijsden deelt in zijn eerste afgelegde verklaring (aan de politie) letterlijk de reden mee waarom hij, tijdens de woordenwisseling, de straatklinker pakte en hij vervolgens daarmee meteen Cor Karsten te lijf ging.
Dit is niet zomaar een verklarinkje. Want juist op deze verklaring is Cor Karsten gearresteerd en als een crimineel de cel in gegooid. De politie gaat er van uit dat degene die de verklaring heeft afgelegd volstrekt de waarheid spreekt. Al helemaal omdat T v Eijsden daarbij suggereerde dat hij zielig slachtoffer was van C Karsten. Niet alleen de politie maar ook de rechter ging er van uit dat de verklaring naar waarheid was afgelegd door het zielige slachtoffer T v Eijsden. Het is een grote aanfluiting en een groot onrecht als een dergelijke verklaring in wezen een waardeloze wegwerpverklaring is die met crimineel oogmerk is afgelegd. Zo een valse verklaring afleggen is niets minder dan crimineel misbruik maken van het Nederlandse recht. (citaat (2.1):

- " Vanavond kwam ik C. Karsten weer tegen en er ontstond weer een woordenwisseling tussen ons. Ik zag dat C. Karsten in zijn binnenzak greep en aangezien ik GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij altijd een [wapen] bij zich had, heb ik een steen [straatklinker] gepakt en daarmee in zijn richting geslagen. "

In een verklaring die een tijd later is afgelegd (aan politierechter) laat TPW v Eijsden doodleuk per ongeluk blijken dat er voor T v Eijsden tijdens de woordenwisseling geen enkele noodzaak was ontstaan om de straatklinker te pakken en om daarmee C Karsten te lijf te gaan. Dit is absoluut niet te rijmen met de stelling van T v Eijsden dat het pakken en inzetten van de straatklinker dringend noodzakelijk was, hetgeen T v Eijsden meteen al stelde in zijn eerste verklaring afgelegd aan de politie (zie citaat (2.1). In zijn verklaring aan politierechter stelde T v Eijsden namelijk, ernstig tegenstrijdig, dat er na de woordenwisseling met C Karsten 'wat duw- en trekwerk' was. Er was dus kennelijk niets ernstigs gebeurd tijdens de woordenwisseling met C Karsten. Het grote gemak waarmee T v Eijsden zichzelf tegenspreekt met zijn afgelegde verklaringen, met volstrekt niet voor elkaar inwisselbare ernstig tegenstrijdige stellingen, zegt wel iets over hoe nauw T v Eijsden het feitelijk neemt met de waarheid. Zie politierechterverklaring (citaat (2.2):

- " Er ontstond een woordenwisseling. Daarna was er wat duw- en trekwerk. "


TWEE TPW van EIJSDEN-VERKLARINGEN DIE JUIST STELLEN DAT COR KARSTEN géén WAPEN HANTEERDE TOEN STRAATKLINKERAANSLAG PLAATSVOND.
-- 2.1.1. Uit de eerste aan de politie door TvE afgelegde verklaring blijkt letterlijk (zie citaat (2.1) dat het uitgesloten moet zijn geweest dat Cor Karsten een wapen in zijn handen had tijdens de 'woordenwisseling', want T v Eijsden voert een bewering van buren aan ('gehoord') als excuus, of reden, voor het door TvE pakken van de straatklinker, waarmee TvE meteen Cor Karsten te lijf ging.
-- 2.2.1. De afgelegde verklaring aan de politierechter (zie (2.2) versterkt de stelling dat C Karsten tijdens de woordenwisseling, in alle verklaringen, destijds in werkelijkheid géén wapen in handen had. Want de verklaring aan de politierechter benadrukt dat na de woordenwisseling 'wat duw- en trekwerk' volgde. Dat duw- en trekwerk maakt het onbestaanbaar dat Cor Karsten tijdens de woordenwisseling, o.a. in de citaten (2.1) en (2.2), met een wapen zou gaan dreigen of al dreigde.
Er zou, volgens logica, echt geen 'duw- en trekwerk' zijn gevolgd op de 'woordenwisseling' als CK werkelijk een wapen had kunnen gaan pakken ('gehoord') of reeds met een wapen dreigde tijdens de woordenwisseling.
Het blijkt uit zijn eerste verklaring afgelegd aan de politie (zie citaat (2.1) en uit zijn verklaring aan de politierechter (zie citaat (2.2) (en is dus daarmee bewezen) dat TPW van Eijsden de straatklinker al tijdens de woordenwisseling (al in zijn eerste verklaring aan de politie) heeft gepakt (zie citaat (2.1) en daarmee Cor Karsten te lijf is gegaan, terwijl CK ongewapend was en dus helemaal geen wapen in handen had.
Met 'duw- en trekwerk' in zijn verklaring aan de politierechter laat TvE ongewild en onbedoeld per ongeluk en letterlijk blijken dat CK kennelijk geen wapen in handen had tijdens de 'woordenwisseling', hetgeen TvE juist in zijn eerste verklaring, aan de politie, wèl insinueert. Zie citaat (2.1):

- "Ik zag dat C. Karsten in zijn binnenzak greep en aangezien ik GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij altijd een [wapen] bij zich had... "

T v Eijsden heeft dus door de politie opzettelijk ongegronde, hemzelf vrijpleitende excuses en redenen laten optekenen in die afgelegde verklaring ("in zijn binnenzak greep" en "gehoord van meerdere buurtbewoners") (zie citaat (2.1) om zo doende, via een illegale truc, goed te praten dat hij, TvE, de straatklinker heimelijk zonder legitieme reden tijdens de woordenwisseling heeft gepakt en daarmee CK onterecht en onwettig te lijf is gegaan.

De bovenstaande twee bewijzen in de verklaringen ("in zijn binnenzak greep" "gehoord van meerdere buurtbewoners" "daarna (na woordenwisseling) was er wat duw- en trekwerk") maken bij beschouwende combinering met elkaar de cruciale verheldering over de waarheid dat Cor Karsten feitelijk ongewapend was tijdens de woordenwisseling toen TvE met zijn aanval met de straatklinker Cor Karsten executeerde (zie citaat (2.1).

-- 2.2.2. TvE heeft met opzet onwaarheden laten optekenen die CK in een kwaad daglicht moesten stellen. TvE heeft daarmee, achteraf, valse excuses aangewend om goed te praten dat hij CK met de gepakte straatklinker (een dodelijk wapen) ONTERECHT heeft AANGEVALLEN TIJDENS de WOORDENWISSELING.
Uit de bovenstaande verklaringen (bewijsgegevens) blijkt duidelijk dat Cor Karsten geen wapen in handen had tijdens de woordenwisseling, toen TvE Cor Karsten (eenmalig in het incident) met de straatklinker aanviel (zie citaat (2.1).
Het blijkt dus, bij een goede beschouwing van beweringen van TPW van Eijsden in zijn afgelegde verklaringen, dat TvE geen vrijpleitende reden had om de straatklinker te pakken en daarmee Cor Karsten te lijf te gaan.
TPW van Eijsden heeft met zijn afgelegde verklaring aan de politierechter in wezen zichzelf voor grote leugenaar uitgemaakt. Want TvE vertelt in zijn verklaring aan de politierechter dat de 'woordenwisseling' werd opgevolgd door 'wat duw- en trekwerk'. Daarmee maakt hij al zijn andere verklaringen belachelijk, want daarin wordt om telkens andere redenen juist betoogd dat er voor TvE tijdens de woordenwisseling een noodzaak zou zijn ontstaan om een straatklinker te pakken en daarmee CK te lijf te gaan. Dat die verklaringen dus inhoudelijk nul komma nul waard zijn wat betreft eventuele noodzaak de straatklinker te pakken tijdens de woordenwisseling, laat TvE schril blijken met zijn aan de politierechter afgelegde verklaring.


TPW van EIJSDEN ONTMASKERT ZICHZELF IN VERKLARINGEN en ONTLAST DAARMEE COR KARSTEN.
-- 2.2.3. In de afgelegde verklaring van TPW van Eijsden aan de politierechter wordt als een feit gesteld, dat de woordenwisseling tussen T v Eijsden en C Karsten werd gevolgd door 'wat duw- en trekwerk'. Hiermee ontkracht T v Eijsden in wezen al zijn andere verklaringen. Want in zijn andere afgelegde verklaringen wordt juist benadrukt dat voor TvE namelijk tijdens de woordenwisseling de noodzaak was ontstaan om de straatklinker te pakken en om C Karsten met die straatklinker (een dodelijk wapen) aan te vallen.
Het feit dat er 'wat duw- en trekwerk' plaatsvond ná de woordenwisseling (verklaring TvE aan politierechter) maakt daarmee dat het niet ooit kan hebben bestaan dat tijdens de woordenwisseling wel de noodzaak zou zijn ontstaan om de straatklinker te pakken en te gebruiken.
TPW van Eijsden verraadt met 'wat duw- en trekwerk" zichzelf, valt in een valkuil, en laat zo, ongewild, blijken dat (ook) al zijn andere verklaringen moedwillig vals zijn en dat dus zijn gehele aanklaging van C Karsten op bedrog berust.

TPW van Eijsden stelde dus in zijn andere verklaringen dan aan de politierechter dat tijdens 'de woordenwisseling' met C Karsten de beredeneerde noodzaak ontstond om de straatklinker te pakken en C Karsten ermee aan te vallen.
De redenen (excuses) om de straatklinker te pakken zijn in die verschillende verklaringen bovendien ernstig verschillend en dus ernstig tegenstrijdig tegenover elkaar:

1, TvE zag dat CK in zijn binnenzak greep,
2, TvE had van buurtbewoners gehoord dat C Karsten een wapen bij zich zou hebben,
3, TvE zag dat CK met zijn beide handen in zijn jaszakken stilstond en vervolgens zijn rechterhand uit zijn jaszak haalde en er een wapen in vasthield,
4, TvE zag 'op een gegeven moment' dat CK een wapen in zijn handen had,
5, TvE zag dat CK een wapen langdurig en dreigend in de richting van T v E hield,
6, TvE zag, na duw- en trekwerk, CK zijn hand in zijn zak doen en er een wapen uithalen [mag eigenlijk niet meedoen maar toont de grote variatie aan aangevoerde excuses voor pakken straatklinker],
7, tijdens de woordenwisseling 'dacht' T v E dat hij de rechterhand van CK naar voren zag komen en voelde vervolgens 'iets tegen' zijn borst aankomen en daarna is TvE op de grond gevallen.

Door in zijn verklaring aan de politierechter als een waar feit te vertellen dat 'de woordenwisseling' werd gevolgd door 'wat duw- en trekwerk', heeft T v Eijsden in wezen al zijn andere verklaringen tot het nivo van totale onzin verlaagd. Want als de woordenwisseling zou zijn gevolgd door 'wat duw- en trekwerk' kunnen de andere, zeer verschillende verklaringen van TvE niet waar zijn dat er tijdens de woordenwisseling voor TvE een noodzaak zou zijn ontstaan om een straatklinker te pakken om daarmee CK te lijf te gaan.
Immers, TvE zou toch tijdens de woordenwisseling met CK geen straatklinker hebben gepakt als hij zou weten dat er na de woordenwisseling nog 'wat duw- en trekwerk' met Cor Karsten zou gaan plaatsvinden !?
Bovendien maakt T v Eijsden met zijn verklaring aan de politierechter het specifiek onmogelijk dat de noodzaak voor T v Eijsden om de straatklinker te pakken tijdens de woordenwisseling zou zijn ontstaan. Want die noodzaak zou, volgens de verklaring aan de politierechter, pas zijn ontstaan NA 'wat duw- en trekwerk', dat echter plaatsvond ná de woordenwisseling. Zie citaat (2.2):

- " Er ontstond een woordenwisseling. Daarna was er wat duw- en trekwerk. Ik zag dat Karsten zijn hand in zijn zak deed en er een [wapen] uit haalde."


-- 3. TPW van Eijsden heeft moedwillig heel Nederland, inclusief de rechters, bedrogen met laster en leugens over Cor Karsten, door het voor te stellen alsof C Karsten TPW van Eijsden misschien een wapen bij zich had en dat wapen zou hebben willen pakken of dat T v Eijsden zou hebben gezien dat C Karsten een wapen uit zijn zak ging halen enz. enz. en met dat veronderstelde of geziene wapen TPW van Eijsden zou hebben willen of zijn gaan bedreigen tijdens een incident.
Doordat de rechters echter de afgelegde verklaringen van TPW van Eijsden kennelijk niet naast elkaar hebben gelegd en niet nauwkeurig met elkaar hebben vergeleken, heeft de Nederlandse rechter de voorkombare fout gemaakt de opzettelijke onwaarheidverteller met crimineel oogmerk TPW van Eijsden in het gelijk te stellen.

CONCLUSIE. De aan de politierechter afgelegde verklaring van TPW van Eijsden levert, onbedoeld, doorslaggevend bewijs op voor de juistheid van de constatering dat TPW van Eijsden tijdens de woordenwisseling met Cor Karsten in 'het incident' de ongewapende Cor Karsten onterecht, en met crimineel oogmerk, heeft aangevallen met de straatklinker, een dodelijk wapen. Door het afleggen van uitsluitend opzettelijk onware verklaringen en daarbij zich voor te doen als zielig slachtoffer, had TPW van Eijsden ongetwijfeld heimelijk de bedoeling, na de mislukte moordaanslag met de straatklinker op C Karsten door TPW van Eijsden, om onder dekking van het Nederlandse recht zijn criminele blazoen schoon te wassen en ongestraft te blijven en in elk gval nog de goede naam en eer van Cor Karsten door het slijk te halen en hem op officieel nivo kapot te maken.


De dieptreurige rechtszaak van Cor Karsten schreeuwt om herziening.



Waarheid








© Copyright corkarsten.nl