Hoge Raad negeert C Karsten Geen Noodweer-beroep Gedaan bij R-C, politierechter en Hof.


Schriftelijke Verklaring C Karsten bij R-C laat juist Geen Noodweerberoep toe; Hof en Hoge Raad Verdraaiden die Inhoud.

Cor Karsten was Weerloos bij gooien Straatklinker op zijn hoofd. Dus geen noodweerberoep. Hoge Raad negeert het.

Hoge Raad negeert: T v Eijsden Snel Straatklinker Gepakt en Aanval daarmee op - Ongewapende - C Karsten (pv 761-466/87).





Mentaal gelijke straatklinker-doodgooier als nep-slachtoffer TPW v Eijsden slaagt voor examen moordaanslag: (3:11m).


Hoge Raad en het gerechtshof Amsterdam stellen Valselijk dat Cor Karsten Beroep op Gewapende Noodweer Zou Hebben Gedaan.
-- 1 - Cor Karsten was echter destijds weerloos, machteloos, ongewapend toen hij, in werkelijkheid, slachtoffer werd van een moordaanslag met een straatklinker door (nep-slachtoffer) TPW van Eijsden. De Hoge Raad, de politierechter en het gerechtshof Amsterdam hebben daar echter ten onrechte van gemaakt dat Karsten gewapend was tijdens het in de dagvaarding gestelde incident met T v Eijsden op de bewuste, late avond en dus dat Karsten in de rechtszaak (over dat in de dagvaarding gestelde incident) beroep op gewapende noodweer zou hebben gedaan, als grond voor zijn verdediging.
Maar in werkelijkheid heeft Cor Karsten geen noodweer gepleegd en er gerechtelijk ook geen berop op gedaan. Door Karsten er valselijk van te betichten dat hij in zijn rechtszaak over het in de dagvaarding gestelde incident beroep op gewapende noodweer zou hebben gedaan, gaan de Hoge Raad en het hof Amsterdam echter dwars in tegen het feit dat Karsten nooit een beroep op gewapende noodweer heeft voorgestaan voor zijn verdediging. Hoge Raad en hof Amsterdam hebben er totaal geen rekening mee gehouden dat Karsten logisch en praktisch gezien juist helemaal geen gegrond beroep op gewapende noodweer zou hebben kunnen doen. Karsten zou met zo'n beroep op noodweer immers dwars tegen zijn eerder bij de rechter-commissaris (RC) afgelegde verklaring zijn ingegaan. Die verklaring bij de rechtercommissaris is door Karsten ondertekend (Nota bene, er bestaat geen door Karsten ondertekend beroep op noodweer !). In die aan de RC afgelegde verklaring komt naar voren dat Karsten weerloos, machteloos en ongewapend was toen T v Eijsden hem te lijf ging met de straatklinker.
De hierboven genoemde Karsten-RC-verklaring is door het gerechtshof zelfs inhoudelijk heimelijk ernstig verdraaid en zwaar gemanipuleerd en het voor Cor Karsten negatieve resultaat daarvan is in het arrest gebezigd als belastend bewijsmiddel tegen Karsten !    De in wezen enorm ontlastende Karsten-RC-verklaring is door het hof dus ernstig verdraaid en gemanipuleerd en daarna als belastend bewijsmiddel tegen Karsten gebezigd in het arrest. Volgens Karsten is zulk handelen van het hof zwaar strafbaar en heeft het hof Karsten onder meer door dat handelen zwaar gedupeerd.


Cor Karsten heeft In de Rechtszaak Nooit (Beroep Op) Gewapende Noodweer Geargumenteerd.
-- 2 - Dat Karsten in de rechtszaak nooit persoonlijk een beroep op gewapende noodweer kan hebben gedaan blijkt onder meer uit het feit dat Karsten nooit persoonlijk heeft verklaard gewapende noodweer te hebben gepleegd tegen de met een straatklinker aanvallende Van Eijsden. Er bestaat daarom dus geen persoonlijke verklaring van Karsten waarin Karsten zou stellen GEWAPENDE NOODWEER te hebben gepleegd tegen de aanslagpleger T v Eijsden. Er bestaat ook geen persoonlijke verklaring van Karsten waarin Karsten persoonlijk en nadrukkelijk beroep op gewapende noodweer zou hebben gedaan voor verweer in de rechtszaak.


Nep-slachtoffer TPW van Eijsden laat zelf zien in verklaringen aan de politie ("Aangezien ik van buurtbewoners GEHOORD had") (pv, 761-466/87) en aan politierechter ("duw- en trekwerk"):
Karsten hanteerde GEEN wapen.
Dat feit benadrukt dat 'beroep op noodweer' door Karsten niet voor de hand ligt en zeker niet logisch is.
Een aantal afgelegde verklaringen van nota bene T v Eijsden zelf maken het onbetwistbaar dat C Karsten beslist geen wapen hanteerde tijdens woordenwisseling, wat T v Eijsden in andere verklaringen wel stelt
(op elkaar tegensprekende manieren)
.


-- 3 - Dat Karsten geen persoonlijk beroep op gewapende noodweer kan hebben gedaan wordt onbewust ondersteund door nota bene de werkelijke aanvaller TPW van Eijsden zelf. Want uit een door T v Eijsden zelf afgelegde verklaring aan de politie, als deel van het dossier, blijkt duidelijk dat T v Eijsden beslist geen wapen heeft gezien of kan hebben gezien bij Karsten toen T v Eijsden besloot de straatklinker te gaan pakken, om daarmee Karsten daadwerkelijk aan te vallen.
Uit diezelfde verklaring blijkt tevens dat T v Eijsden zo onmiddelijk en zo razendsnel Karsten met die straatklinker te lijf is gegaan, dat Karsten werd overrompeld en praktisch geen tijd kan hebben gehad om daadwerkelijk gewapende noodweer te plegen, als Karsten dat fysiek en psychisch al had gekund en als Karsten wel echt gewapend zou zijn geweest.

TPW van Eijsden hieronder in een verklaring waarin de ongewapendheid van Karsten door T v Eijsden (onbewust) wordt benadrukt, door T v Eijsden uitgesproken en opgetekend door de politie.

-- 3.1 - Volgens de verklaring van TPW van Eijsden (zie hieronder staande citaat van T v Eijsden) blijkt het dat T v Eijsden geen wapen heeft gezien bij Karsten. T v Eijsden beweert in die verklaring echter wel dat hij zou hebben gezien dat Karsten "in zijn binnenzak greep."
De werkelijkheid maakt het echter verantwoord op te merken dat Karsten NIET IN ZIJN BINNENZAK GREEP. Want Karsten heeft dat in werkelijkheid ook niet gedaan. Maar dat geldt voor alle verklaringen van TPW van Eijsden, die trouwens alle sterk wisselend zijn: alle verklaringen van T v Eijsden zijn wat essentie en strekking betreft niet waar. In alle verklaringen heeft T v Eijsden het over een (vermeend) wapen bij Karsten, maar alle verklaringen van T v Eijsden daarover zijn beslist niet waar (om niet te zeggen lasterlijk en gelogen). Dat uit een van T v Eijsden's verklaringen per ongeluk klip en klaar blijkt, zie de hieronder staande verklaring, dat T v Eijsden geen wapen bij Karsten heeft gezien, komt hoogstwaarschijnlijk door een tactische vertelfout, wellicht door een Freudiaanse verspreking / bekentenis, die tijdens het afleggen van een verklaring door T v Eijsden is begaan. (citaat (3a):
"Vanavond kwam ik C. Karsten weer tegen en er ontstond weer een woordenwisseling tussen ons. Ik zag dat C. Karsten in zijn binnenzak greep en aangezien ik GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij altijd een [wapen] bij zich had, heb ik een steen [straatklinker] gepakt en daarmee in zijn richting geslagen."

Ook Uit de Verklaring van Cor Karsten bij de Rechter-commissaris Blijkt Ongewapendheid en Weerloosheid van Cor Karsten bij de Aanslag (door TPW van Eijsden). Hieruit Blijkt: Beroep op Noodweer Karsten niet aanwezig.
-- 3.2 - Dat Karsten persoonlijk geen persoonlijk beroep op gewapende noodweer heeft gedaan moge onder meer tevens blijken uit het volgende.
In zijn persoonlijke - door Karsten zelf ondertekende - verklaring afgelegd aan de rechter-commissaris heeft Karsten volstrekt geen beroep op gewapende noodweer gedaan of gesteld dat Karsten gewapende noodweer zou hebben gepleegd. Tevens blijkt uit die Karsten-RC-verklaring dat Karsten ongewapend en weerloos was tijdens de aanslag door T v Eijsden. Gezien zijn ongewapendheid en weerloosheid zou beroep van Karsten op gewapende noodweer volstrekt onlogisch en absurd zijn (citaat (3b):
"Op een bepaald moment kon ik niet meer. Ik was buiten adem. Ik draaide mij weer om naar die man, ik dacht dat ik zo misschien die steen zou kunnen zien aankomen en dan zou kunnen ontwijken. Toen ik mij omdraaide zag ik dat die man met die steen in zijn handen stond. Hij gooide deze als een kanonskogel naar mij toe. Die steen raakte mij in mijn gezicht. Het werd zwart voor mijn ogen en ik weet niet meer wat er daarna is gebeurd."

Ook Verweer 'Onvoldoende Bewijs' en 'Tegenstrijdige Verklaringen TPW van Eijsden' in Vonnis Politierechter duidt op Onlogica van Beroep op Gewapende Noodweer. Logisch Redeneren: Beroep op Noodweer Karsten onnodig, ongewenst.
Politierechter Negeert Verweer Advocaat 'Onvoldoende Bewijs' en 'Tegenstrijdige Verklaringen' (een onschuld-verweer) en Draait Verweer om naar onlogische Beroep op Gewapende Noodweer.
-- 3.3 - Uit het vonnis van de politierechter in de rechtszaak over het door het in de dagvaarding gestelde incident met T v Eijsden blijkt, dat door de advocaat als verweer zou zijn aangevoerd, dat er geen bewijs is dat het incident met T v Eijsden is verlopen zoals in de dagvaarding is gesteld en voorts wordt in dat verweer gewezen op de tegenstrijdigheid van de afgelegde verklaringen van T v Eijsden. Beide punten vormen het 'eerste verweer'. Dat (eerste) verweer [Karsten ondersteunt op dit punt de advocaat (onvoldoende bewijs, tegenstrijdigheid verklaringen Van T v Eijsden)] sluit per definitie uit dat Karsten zich ook op een volstrekt tegengesteld - dus onlogisch - beroep op gewapende noodweer zou (hebben) willen beroepen.
Cor Karsten is NIET bij de tweede, laatste zitting van de politierechter AANWEZIG geweest. C Karsten heeft niet van de advocaat vernomen dat die op de tweede zitting als tweede verweer een beroep noodweer zou doen. Als de advocaat dat beroep wel heeft gedaan (wat Cor Karsten nog steeds niet heeft gehoord van de advocaat) is dat achteraf als een complete en onwelkome verrassing voor Cor Karsten geworden.
Eerste verweer (citaat (3c):
"De raadsman van verdachte verzoekt de verdachte vrij te spreken van het hem telastegelegde, nu naar zijn oordeel er onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een veroordeling te komen. In dit verband wijst hij op de verschillende verklaring afgelegd door de getuige T v Eijsden."


Cor Karsten in Hoger Beroep gegaan vanwege zijn Ongewapendheid en Weerloosheid bij Aanslag met Straatklinker door TPW van Eijsden en de Wegmoffeling Hiervan in Vonnis door Politierechter.
-- 4 - Karsten is in hoger beroep gegaan met als zijn argument dat hij onschuldig is aan de in dagvaarding tegen hem gestelde belastende beschuldiging.
Met het argument onschuldig te zijn bedoelde Karsten dat hij ongewapend en weerloos was toen T v Eijsden de aanslag met de straatklinker op hem pleegde. Karsten bedoelde daarmee niet dat hij vindt dat hij terecht en gewapend tegen T v Eijsden zou zijn opgetreden in een noodweersituatie, namelijk de aanslag met de straatklinker door T v Eijsden. Nee, Karsten is in hoger beroep gegaan om de simpele reden dat Karsten ongewapend en weerloos was toen hij werd aangevallen (een aanslag) door T v Eijsden met de straatklinker.
Hoe zou trouwens iemand (als Karsten) die ongewapend en fysiek en psychisch weerloos was en op het punt stond te worden geëxecuteerd door een meedogenloos persoon (zoals T v Eijsden), gewapende verdediging uit kunnen voeren ? Onlogisch en onmogelijk !
Dat Karsten fysiek en psychisch weerloos en machteloos en ongewapend en was toen hij werd aangevallen door T v Eijsden met de straatklinker is onder meer terug te vinden in de - door Karsten ondertekende ! - verklaring die Karsten heeft afgelegd aan de rechter-commissaris. Deze RC-verklaring is nota bene in het arrest van het Hof verdraaid gebezigd als bewijsmiddel tegen Karsten. Het Hof heeft die verklaring namelijk qua strekking en essentie grondig verdraaid en gemanipuleerd, dus ernstig vervalst. Het zeer ingekorte resultaat van die malversaties is als nota bene Karsten belastend bewijsmiddel gebezigd in het arrest.
Een grote schande dat de verdraaiing, vervalsing en inkorting van de enorm ontlastende, originele Karsten-RC-verklaring door het Hof als nota bene belastend bewijsmiddel tegen Karsten wordt gebezigd in het arrest.
Dit handelen door nota bene het Hof is een haast onvoorstelbaar staaltje grondige bewijsverdraaiing en bewijsmanipulatie en nietsontziende bewijsverkrachting volgens de wet.


Achterhouding en Vervalsing van Zeer Ontlastend Bewijs gedaan door Gerechtshof.
Karsten-RC-Verklaring Enorm Ontlastend maar Zwaar Vervalst Door Hof Als Belastend Bewijsmiddel Toegepast.
Uit Vervalsen en Achterhouden van zelfs Ontlastende Karsten-RC-Verklaring door Hof Blijkt dat Hof Geen Origineel Hard Belastend Bewijs heeft.
-- 5 - Hoewel de originele Karsten-RC-verklaring in wezen enorm ontlastend is voor Karsten, is die verklaring door het Hof ernstig verdraaid en zwaar gemanipuleerd en ingekort en nota bene als belastend bewijsmiddel gebezigd tegen Karsten. De strekking en essentie van die verklaring is zeer ernstig verdraaid en gemanipuleerd en het resultaat daarvan wordt, zeer ingekort, in het arrest gebezigd als bewijsmiddel ten laste van Karsten.
Mede ondanks dat het Hof dus wist, of kon weten, van de enorme ontlastendheid voor Karsten van de originele -- door Karsten ondertekende -- Karsten-RC-verklaring (immers door die verklaring ernstig verdraaid en gemanipuleerd en zeer ingekort als bewijsmiddel te bezigen, moet het hof de ORIGINELE TEKST VAN DIE VERKLARING daadwerkelijk onder ogen zijn gekomen) wist het Hof, of kon het Hof weten, dat Karsten geen beroep op gewapende noodweer heeft gedaan en dat Karsten zo'n beroep alleen al vanwege die (originele) Karsten-RC-verklaring ook niet zou hebben kunnen doen. Want een dergelijk beroep was volstrekt onlogisch en in strijd met de ongewapendheid van (in werkelijkheid echte slachtoffer) Karsten.

Ook Vanwege Karsten-RC-Verklaring kon het Hof weten dat Cor Karsten Geen Beroep op Gewapende Noodweer voorstond.
Hof heeft in het Arrest Ten Onrechte gedaan alsof Karsten Beroep op Gewapende Noodweer voorstond.


-- 6 - Toch heeft het Hof het gepresteerd -- ondanks al de feiten die op de onschuld en ongewapendheid en weerloosheid van Karsten wijzen (o.a. de Karsten-RC-verklaring en aanvraag hoger beroep op basis van onschuld Karsten aan het in de dagvaarding gestelde en voorts verklaring Van Eijsden 'geen wapen gezien bij Karsten' -- het in het arrest te doen voorkomen als zou Karsten misschien wel beroep op gewapende noodweer hebben willen doen voor het hoger beroep. Het Hof is daarmee ook onder meer ingegaan tegen het feit dat er van Karsten geen enkele persoonlijke en door Karsten ondertekende verklaring bestaat waarin Karsten beroep op gewapende noodweer zou aanvoeren. Gezien alle ontlastende gegevens en dat onder meer die gegevens niet wijzen op persoonlijk beroep van Karsten op gewapende noodweer, is het volstrekt onlogisch en absurd om te stellen dat Karsten beroep op gewapende noodweer zou hebben voorgestaan.
Het Hof maakt zich in het arrest ermee vanaf door te doen alsof het Hof eigenlijk niet goed weet of Karsten beroep op noodweer zou voorstaan ("voor zover ... heeft willen handhaven") maar rekent Karsten zo'n beroep uiteindelijk toch, versluierd, aan.
Die houding van het Hof is natuurlijk primair helemaal niet juist. Want als Karsten al beroep op gewapende noodweer zou hebben willen doen, had Karsten dat, als hij niet als ongewapend en weerloos slachtoffer zeer ernstig getraumatiseerd en gewond was geworden (Karsten is in het ziekehuis behandeld !), meteen bij de politie kunnen pogen in te brengen.
Maar hoe en waarom (zeer ernstig trauma, geestesletsel en akelig hoofdletsel, door straatklinker, even niet meegerekend) zou een bij een meedogenloze, gruwelijke aanslag ongewapend en weerloos slachtoffer (Karsten) bij de politie beroep op gewapende noodweer kunnen of moeten doen ? Volstrekt onlogisch en irreëel ! Het Hof zal dat theoretische essentiële onderdeel van de procedure in combinatie met de echte waarheid kennelijk niet in beschouwing hebben genomen !
Dat er van Karsten geen enkel persoonlijk beroep op noodweer bestaat, is alleszeggend over het feit dat Karsten dus inderdaad persoonlijk GEEN BEROEP OP GEWAPENDE NOODWEER heeft gedaan.
Het Hof heeft Karsten dus zomaar, valselijk (ook gezien de ernstige verdraaiing en vervalsing van de Karsten-RC-verklaring), beroep op gewapende noodweer aangerekend en hem daarop opnieuw tot slachtoffer gemaakt. Het Hof heeft kennelijk de bedoeling gehad Karsten koste wat kost in het stof te laten bijten.
Het arrest van het hof (citaat (6a):
"Voor zover verdachte zijn beroep op noodweer in hoger beroep heeft willen handhaven, faalt dit verweer, nu niet aannemelijk is geworden dat verdachte's handelen geboden was ter noodzakelijke verdediging van zijn lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding."
Uit de bovenstaande opmerking van het Hof kan logisch worden afgeleid, dat Karsten ter zitting van het Hof daadwerkelijk NIET heeft gesproken over noodweer en dat hij er (dus) geen beroep op heeft gedaan. Als C Karsten werkelijk eeb beroep op noodweer ter zitting had gedaan had het hof hoogswaarschijnlijk niet in het arrest gezet: ''Voor zover verdachte zijn beroep op noodweer in hoger beroep heeft willen handhaven''. De houding van Karsten ter zitting hof is consistent met de door Karsten afgelegde verklaring bij de rechter-commissaris, waarin C Karsten ook geen beroep doet op noodweer. Het door de Hof-rechters nadrukkelijk verwijzen naar een eventueel beroep dat Karsten misschien zou hebben willen doen op noodweer is dus ongepast. Het is zeer onlogisch dat Karsten in hoger beroep misschien beroep op noodweer zou hebben willen doen, want dan had Karsten wel degelijk en met klem dat beroep op noodweer kenbaar gemaakt. Die suggestie in het arrest van het Hof over eventueel beroep van C Karsten op noodweer had dus zeker niet moeten plaatsvinden. Daarmee heeft het Hof een onjuiste verdedigingsstrategie en onwaarheid en oneerlijkheid op de schouders van Karsten gelegd en hem daarmee benadeeld.


Hoge Raad Stelt Valselijk dat C. Karsten Gewapende Noodweer Zou Hebben Voorgestaan en Bezigt Zwaar door Hof Vervalst Bewijsmiddel.
-- 7 - De Hoge Raad heeft valselijk gesteld dat Cor Karsten beroep op gewapende noodweer zou hebben voorgestaan.
Maar ook de Hoge Raad is er daarbij voorbij gegaan aan dat Karsten nooit een persoonlijk ondertekende blijk heeft gegeven beroep op gewapende noodweer te willen doen, gedurende het proces. Ook de Hoge Raad is er aan voorbij gegaan dat onder meer de originele Karsten-RC-verklaring zeer ontlastend is voor Karsten en dat die verklaring heel andere 'taal' spreekt dan van beroep op gewapende noodweer.
Karsten is In de Procedure Nooit Degene geweest Die met een Beroep op Gewapende Noodweer is komen aanzetten. Ook bij de Hoge Raad heeft Karsten Niet Achter Beroep op Gewapende Noodweer willen staan.
De Hoge Raad is voorbij gegaan aan het te controleren feit dat de originele Karsten-RC-verklaring (die zeer ontlastend is voor Karsten en die wijst op Karsten's weerloosheid, machteloosheid en ongewapendheid toen Karsten werd aangevallen door T v Eijsden, met de straatklinker) door het hof eventueel is achtergehouden. De Hoge Raad heeft zich daarbij klakkeloos verlaten op, en genoegen genomen met een door rechters ernstig verdraaide, gemanipuleerde, vervalste versie van de originele Karsten-RC-verklaring. Die vervalsing bezigt het Hof willens en wetens in het arrest, als nota bene een Karsten belastend bewijsmiddel. De Hoge Raad is met die wetsverkrachting door het Hof willens en wetens akkoord gegaan omdat de HR kennelijk heeft verzuimd de oorspronkelijke, ondertekende RC-verklaring van Karsten in beschouwing te nemen en zo controle uit te voeren.


Cor Karsten Nooit Beroep Op Gewapende Noodweer Voorgestaan. Gewoonweg Onmogelijk vanwege Afgelegde Verklaring Karsten bij RC.
-- 8 - Het kan niet genoeg worden benadrukt dat Karsten in de onderhavige rechtszaak nooit persoonlijk beroep op gewapende noodweer heeft gedaan of willen doen en dus ook dat Karsten in deze zaak NOOIT persoonlijk een door hem ondertekende verklaring heeft afgelegd waarin hij zou hebben gesteld dat hij GEWAPENDE NOODWEER zou hebben gepleegd of dat hij beroep op GEWAPENDE NOODWEER als zijn argument in de rechtszaak zou hebben willen zien.
En toch hebben de Hoge Raad en de Nederlandse rechter het gepresteerd het misleidend voor te stellen als zou Karsten gerechtelijk een persoonlijk beroep op gewapende noodweer hebben gedaan.





Waarheid






© Copyright corkarsten.nl