Shame on The Supreme Court of The Netherlands - Cor Karsten Trial.



Hoge Raad Crimineel jegens Cor Karsten in Rechtszaak (2).
(Gelogen verklaring als topbewijs).


Cruciale Verklaring ('bewijs') onzeker.

Smerige logica van de Hoge Raad stinkt.

RECHTERS POETSTEN BEWIJSGEBREK WEG MET ONZEKERE VERKLARING ('BEWIJS') van ZELFTEGENSPREKER TPW van EIJSDEN.
Wegens het aan de Hoge Raad totaal ontbreken van hard bewijs in het cassatiearrest om C Karsten, die de (beweerde) schuld van C Karsten en het rechtens verloop van het gehouden proces zou moeten kunnen staven, heeft de Hoge Raad in dat cassatiearrest slechts een afgelegde, enkele verklaring van TPW van Eijsden tot cruciaal bewijsmiddel bestempeld, want, althans volgens de Hoge Raad (blijkens het arrest), kan die verklaring puur op zichzelf en alleenstaand dienen om vast te stellen dat C Karsten werkelijk naar waarheid schuldig zou zijn wat betreft de hem ten laste gelegde aanklacht in de zaak.
Echter, de Hoge Raad gaat hier helaas zomaar voorbij aan de Nederlandse wet: de Nederlandse wet verbiedt namelijk dat (rechterlijke) veroordeling wat betreft de essentie van een aanklacht in een rechtszaak kan zijn gebaseerd op basis van een enkele getuige of slechts een enkele afgelegde verklaring van een getuige. Met andere woorden, wat betreft rechterlijke veroordeling van een beschuldigde persoon wegens de essentie van een (zware) aanklacht tegen hem, is meer nodig dan dat de veroordeling van de beschuldigde persoon in feite en in werkelijkheid slechts en in feitelijke totaliteit berust op een simpele (schriftelijke) verklaring van een 'getuige' genoemde persoon. Daarbij, holle beweringen en gammele, dubieuze, zogenaamde feiten mogen niet worden bijgevoegd als zogenaamd ondersteunend bewijs, om als excuusbewijs te dienen, als goedmakertje voor die ene, puur op zichzelf staande verklaring, die in feite als cruciaal bewijs ten dienste van de betrokken aanklacht geldt en hoog boven de zaak torent, door de Hoge Raad.

De Hoge Raad stelt in het cassatie-arrest voor C Karsten:

'' (5.2.2) Op grond van het hier voren onder 4.2 sub 3 genoemde bewijsmiddel [een door TPW van Eijsden in hoger beroep afgelegde verklaring - ck] heeft het Hof vastgesteld dat de verdachte tegen het slachtoffer TPW van Eijsden [op een bepaalde manier heeft gehandeld - ck], welke gedraging naar zijn uiterlijke verschijningsvorm moet worden beschouwd als te zijn gericht op de voltooiing van het in art. (...) omschreven misdrijf.''
De Hoge Raad gaat daarbij echter voorbij aan het door de cassatie-advocaat aangevoerde argument dat uit geen enkel bewijsmiddel in het arrest blijkt dat Cor Karsten zich met de handeling, door T v Eijsden beweerd, schuldig zou hebben gemaakt, of willen maken zoals gesteld in de aanklacht in de onderhavige zaak.

De tegenwerping die de cassatie-advocaat daarop heeft, is in het cassatie-arrest van de Hoge Raad te lezen.:

''(2.3) Dat een dergelijk effect van [de handeling] zou zijn beoogd, moet dan ook steun vinden in de andere bewijsmiddelen. Die steun ontbreekt.''
De cassatieadvocaat wijst er hiermee impliciet ook op dat er totaal geen bevestiging of ondersteuning in de bewijsmiddelen voorhanden is dat de beweerdelijk door C Karsten gedane handeling (geen getuige bevestigt het, enkel T v Eijsden beweert dat die handeling zou zijn verricht) in werkelijkheid ook echt zou zijn uitgevoerd.

Voor de duidelijkheid. TPW van Eijsden is de enige persoon die is aangekomen met de bewering dat Cor Karsten de door TPW van Eijsden beweerde handeling, tegen T v Eijsden, zou hebben gepleegd. Die bewering is door T v Eijsden gedaan in de door hem afgelegde verklaring (feitelijk een verklarinkje) in hoger beroep. In het cassatie-arrest is die specifieke bewering in die Verklaring door de Hoge Raad gebezigd als cruciaal bewijsmiddel van de ten laste gelegde schuld van Cor Karsten in de rechtszaak. Dit bewijsmiddel MOET volgens de Hoge Raad kennelijk aantonen dat Cor Karsten de door TPW van Eijsden beweerde handeling tegen T v Eijsden inderdaad zou hebben gepleegd.
Cor Karsten wil er nadrukelijk op wijzen dat er geen enkele bevestiging voorhanden is, anders dan de dubieuze afgelegde verklaring in hoger beroep van TPW van Eijsden, in het cassatie-arrest van de beweerdelijk gedane handeling van Cor Karsten tegen T v Eijsden.
Het cassatie-arrest beziende is Cor Karsten in feite puur en alleen op de (omstotelijke)* verklaring van (de leugenaar) TPW van Eijsden (serie-zelftegenspreker) veroordeeld. Het laat zien dat zich aan de Nederlandse wet houden kennelijk te veel is gevraagd voor de Hoge Raad.

*Omstotelijk. Door TPW van Eijsden is ook een andere, belangrijke verklaring afgelegd. Die verklaring zet TPW van Eijsden onomstotelijk en definitief neer als criminele leugenaar. De verklaring is door hem afgelegd bij de rechter-commissaris. Deze verklaring is door de Hoge Raad uit het dossier achtergehouden. Kennelijk omdat inhoudelijk uit die verklaring blijkt, dat TPW van Eijsden onmogelijk de beweerde handeling van C Karsten kan hebben ondergaan. Deze (eerdere) verklaring, afgelegd bij de RC, maakt korte metten met het door de Hoge Raad gehanteerde, gehele cruciale bewijs van de Hoge Raad tegen (onschuldige) Cor Karsten.

De officiële verklaringen van nepslachtoffer TPW van Eijsden zijn ernstig strijdig tegen elkaar en idioot.
(En de 'deskundigen' tuinden er in).

Het zijn overigens werkelijk gerealiseerde heimelijke feiten dat TPW van Eijsden ten laste van Cor Karsten in feite (zwaar) criminele handelingen heeft gepleegd, zoals:
-- Het zijn allemaal valse verklaringen in het nadeel van Cor Karsten die TPW van Eijsden heeft afgelegd in de zaak tegen Cor Karsten,
-- Ook de aanklacht is lasterlijk en gelogen
-- TPW van Eijsden heeft in de zaak tegen Cor Karsten valse, gelogen, lasterlijke, meinedige verklaringen of beweringen afgelegd.

-- De Hoge Raad stelt in zijn cassatie-arrest onjuist dat Cor Karsten beroep op noodweer bij de politierechter zou hebben gedaan. Want bij de politierechter is juist beroep op vrijspraak van Cor Karsten gedaan, met name wegens onvoldoende bewijs. Daarbij is met klem gewezen op de verklaringen die door TPW van Eijsden zijn afgelegd en dat die verklaringen wisselend zijn aan elkaar. Hoe juist dat verzoek om vrijspraak destijds was, blijkt uit het feit dat TPW van Eijsden het officieel afleggen van ernstig wisselende verklaringen ook na de politierechter, in hoger beroep heeft voortgezet.

Uit het vonnis van de politierechter. Pleidooi door advocaat ten behoeve van Cor Karsten:
''de verdachte vrij te spreken van het hem telastegelegde, nu naar zijn oordeel onvoldoende bewijs voorhanden is om tot een veroordeling te komen. In dit verband wijst hij op de verschillende verklaring afgelegd door de getuige van Eijsden.''

-- door de Hoge Raad is bewerkstelligd dat een door Cor Karsten afgelegde verklaring (bij RC) in het cassatie-arrest inhoudelijk is vervalst en inhoudelijk qua strekking ernstig verdraaid (in het nadeel van C Karsten) in het cassatie-arrest is opgenomen.

-- de Hoge Raad houdt stil dat er, onder ede, verschillende, onverenigbare woningadressen zijn opgenomen, in het strafdossier, als (unieke) locatie waar TPW van Eijsden moet zijn aangetroffen door de politie nadat hij die destijds had gebeld. Dat is natuurlijk onmogelijk, gezien de schriftelijke weergave van het bellen en het daadwerkelijk aantreffen van T v Eijsden. Het is dus een raadsel op welk adres T v Eijsden werkelijk is aangetroffen door de poitie. De politie en TPW van Eijsden spreken elkaar hierover helemaal tegen. Wie liegt er dus ? Als Hoge Raad kun je 'trots' zijn als je een rechtszaak laat hangen op of bepalen door een enkele (kroon-) getuige zoals TPW van Eijsden. Gaarne onderzoek.

Alle boven beschreven onwettige of strafbare acties tegen Cor Karsten zijn door de Hoge Raad in het onderhavige cassatie-arrest kennelijk bewust en heimelijk doorgevoerd, want er is door de Hoge Raad geen behoorlijke verantwoording over afgelegd.
De gehele rechtszaak tegen Cor Karsten is verre van een 'fair trial' of 'eerlijk proces' geweest. Het plaatsgevonden proces is schandelijk verlopen, een groot onrecht en verdient herziening.



Hoge Raad Bezigt Ongegronde (gelogen) T v Eijsden-verklaring als Uniek Bewijs tegen C Karsten.
Hoge Raad is Bevooroordeeld en houdt Lasteraar-meineedpleger T P W van Eijsden Buiten noodzakelijke Vervolging.


Ongegronde Verklaring van zelf-tegenspreker TPW van Eijsden als Uniek Bewijs in cassatie-arrest C Karsten markeert Afgang Hoge Raad.


- 1 -
TPW van Eijsden voerde verschillende, tegenstrijdige omstandigheden ('redenen') aan die zouden hebben bestaan OP HET MOMENT dat hij, T v Eijsden, de straatklinker pakte tegen Cor Karsten. (zoek de verschillen).
T v Eijsden dubbel Fantast: Straatklinker Gepakt bij Woordenwisseling en na Duw- en Trekwerk. (''aangezien ik GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij (...) heb ik een straatklinker gepakt'')
(''Er ontstond een woordenwisseling. Daarna was er wat duw- en trekwerk. Ik zag dat Karsten zijn hand in zijn zak deed en er een 'wapen' uit haalde.'')
[politie, 761-466/87; politierechter]

T v Eijsden Straatklinker Gepakt in Woordenwisseling maar Hij Zag bij Cor Karsten Geen Wapen. (''aangezien ik GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij'') [politie, 761-466/87]


De TPW van Eijsden Verklaringen Weerspreken Elkaar omdat de waarheid buitenspel moest blijven.
De T v Eijsden Verklaringen zijn sterk wisselend wat betreft Hoofdpunten en Tijdlijn.
T v Eijsden Verklaringen over C Karsten-incident spreken elkaar keihard tegen.

- 1.2 -

Door TPW van Eijsden Beweerdelijk Meegemaakte Incident met Cor Karsten (zoek de verschillen).
De door TPW v Eijsden afgelegde Verklaringen over het Incident met Cor Karsten, dat TvE stelt te hebben meegemaakt met Cor Karsten (de rechtszaak gaat over het door TPW v Eijsden beweerde incident met Cor Karsten), zijn Ernstig Tegenstrijdig naar elkaar toe.
De Verklaringen van TPW van Eijsden spreken elkaar enorm tegen wat betreft vooral de kerngebeurtenissen (b.v. de plek van de confrontatie; de tegenstrijdige verschillen in omstandigheid waarin TvE de straatklinker ging pakken; heeft TvE Cor Karsten [kennelijk] achterna gezeten ?; was er al een tijd lang lopende ruzie tussen TvE en Cor Karsten; wat heeft TvE tenslotte tegenstrijdig gedaan met de straatklinker etc. - de tijdlijn (tijdverloop) in het Incident.

Hieronder staat uit elke Officiele Verklaring van TPW van Eijsden Essentiele, Belangrijke Informatie over het (eenmalige) Incident met C Karsten. Bij vergelijk van die verklaringen blijkt, dat er grote verschillen bestaan qua tijdlijn en feiten en omstandigheden. Sommige verklaringen staan qua essentie totaal haaks op andere verklaringen. Het zou interessant zijn te vernemen waarom TPW van Eijsden zich zo enorm heeft tegengesproken met het afleggen van zijn verklaringen. Welke draai zou hij hieraan geven ?

"Ik zag Karsten lopen in de Tielstraat. Hij ging naar zijn box. Toen hij eruit kwam heb ik hem aangesproken. Er ontstond een woordenwisseling. Daarna was er wat duw- en trekwerk. Ik zag dat Karsten zijn hand in zijn zak deed en er een 'wapen' uit haalde. Ik pakte toen een straatklinker op"
[aan politierechter]
.

"Vanavond kwam ik C. Karsten weer tegen en er ontstond weer een woordenwisseling tussen ons. Ik zag dat C. Karsten in zijn binnenzak greep en aangezien ik GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij altijd een 'wapen' bij zich had, heb ik een straatklinker gepakt en daarmee in zijn richting geslagen."
[politie 761-466/87]

"In de Tielstraat zag ik voor de ingang van de garage voor de bewoners een man staan. Toen ik bij hem kwam heb ik tegen hem gezegd dat hij eens op moest houden met het intimideren van mijn schoonfamilie. Ik zag dat hij met beide handen in zijn jaszakken stond. Vervolgens zag ik dat Karstens zijn rechterhand uit zijn jaszak haalde. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een 'wapen' vasthield. Ik voelde mij hierdoor zo bedreigd dat ik een straatklinker met mijn linkerhand heb opgepakt. Vervolgens heb ik mijn linkerhand, waarin de straatklinker zich bevond, opgeheven met de bedoeling de klinker naar hem toe te gooien."
[Aan politie]

"Het is mij bekend dat hij bij de PTT werkt en dat hij rond die tijd, half 11 's avonds, naar huis komt. Toen ik Karsten was tegengekomen liep ik verder binnendoor terug naar de Tielstraat. Ik zag Karsten daar toen niet meer lopen. In de Tielstraat kwam ik langs de ingang, van de boxen, behorende bij de flats, waar ook Karsten woont. Toen ik daar langs liep zag ik Karsten plotseling uit de box naar buiten komen. Er ontstond toen een woordenwisseling tussen Karsten en mij. Ik sprak als eerste Karsten aan. Ik had het er over dat hij mijn schoonfamilie niet langer moest lastigvallen. Die woordenwisseling heeft een minuut of tien geduurd. Hij had eerst aldoor zijn beide handen in zijn zakken. Maar opeens kwam hij met naar ik dacht zijn rechterhand naar voren en toen voelde ik iets tegen mijn borst. Eerst dacht ik nog: ''Verrek, wat nou?'' Ik raakte daardoor in paniek. Door mijn angst kreeg ik een soort hyperventilatie.
Ik viel op de grond. Daar zijn allerlei tuintjes. Ik viel zo dat ik een straatklinker kon pakken. Ik stond op,
ik was blind van woede ik heb toen Karsten met die straatklinker in zijn gezicht geslagen. Daarna ben ik weg gevlucht."

[Aan rechter-commissaris]

"Toen ik in de Tielstraat langs de ingangen van de boxen kwam die bij de flats horen waar ook Karsten woonde, zag ik plotseling Karsten uit een box naar buiten komen. Ik sprak Karsten aan; er ontstond toen een woordenwisseling.
Op een gegeven moment zag ik dat Karsten een 'wapen' in zijn handen had. Daarop heb ik een straatklinker gepakt."

[Aan gerechtshof]




Verstijfd van Doodsangst Stond Cor Karsten; Krachtig en van Dichtbij Gooide TPW v Eijsden de Klinker op zijn Hoofd.





Hoge Raad Schendt 'Unus Testis, Nullus Testis'-Wet Moedwillig.



- 1.3 -
Advocaat professor mr. J. de Hullu* schreef aan Cor Karsten jaren geleden:"Het belangrijkste bewijs in uw zaak is niet afkomstig van mevrouw Rietveld maar van de heer Van Eijsden. In wezen bent u zowat geheel op zijn verklaring veroordeeld. De verklaring van mevrouw Rietveld is minder belangrijk voor het bewijs en is meer ondersteunend voor het overige bewijs."
*(Prof. mr. J. de Hullu is later raadsheer geworden in de Hoge Raad der Nederlanden).
Met alle respect voor prof. De Hullu. Ik (Cor Karsten) merk het volgende op. De door de Hoge Raad gebezigde afgelegde verklaring van TPW van Eijsden in het arrest is het enige bewijsmiddel waar de Raad nadrukkelijk naar verwijst voor het schuldig verklaren van Cor Karsten. In die verklaring wordt door T v Eijsden een specifieke handeling benoemd die C Karsten zou hebben uitgevoerd, die volgens de Hoge Raad precies aangeeft waarom Karsten schuldig zou zijn volgens het hem ten laste gelegde in de zaak. Enig ander letterlijk specifiek bewijs of een andere sterke bevestiging is in het dossier niet voorhanden. Cor Karsten is dus veroordeeld op basis van slechts een enkele specifieke verklaring (van een belanghebbende: TPW van Eijsden) over een handeling die hij, C Karsten, zou hebben uitgevoerd. In het gehele dossier is daarvoor geen hard of zelfs halfhard bewijs of gegevens voorhanden die de omstreden verklaring kan ondersteunen. Dat maakt dat die ene verklaring puur kaal en alleen staat. Toppunt is dat T v Eijsden eerder een verklaring heeft afgelegd (bij de RC) die inhoudelijk een 100% ander verhaal vertelt. Maar die verklaring is stiekem achtergehouden door de Hoge Raad en is niet te vinden in het dossier.

Voor de duidelijkheid: Cor Karsten ontkent ten stelligste dat hij de handeling zou hebben uitgevoerd die TPW van Eijsden in zijn door de Hoge Raad als exclusief bewijs gebezigde verklaring heeft gesteld. Cor Karsten heeft in de procedure altijd gesteld onschuldig te zijn en heeft geen beroep op noodweer gedaan (kijk naar zijn bij de RC afgelegde verklaring).


- 1.3.1 -
Negeren dagvaardingen door Rietveld en TPW van Eijsden.

Mevrouw Rietveld negeerde een paar keer de dagvaardingen die haar opriepen om als getuige ter terechtzitting te verschijnen in de rechtszaak tegen Cor Karsten. Om mevrouw Rietveld vervolgens toch ter zitting te krijgen, liet Cor Karsten mevrouw Rietveld (evenals TPW van Eijsden) opnieuw dagvaarden. Ook die nieuwe dagvaardingen werden door haar en ook door T v Eijsden genegeerd. Door het gerechtshof werden de door Rietveld en T v Eijsden genegeerde zittingen ter zitting, zonder dat er ter zitting een juridisch resultaat in de zaak was bereikt, ter plekke door de rechters beëindigd. Als uiteindelijke oplossing zijn, omdat Cor Karsten bleef eisen dat die personen ter zitting zouden verschijnen, opnieuw dagvaardingen naar Rietveld en T v Eijsden verzonden. Op de nieuwe zitting bleek dat ook de nieuwe dagvaardingen weer werden genegeerd door mevrouw Rietveld en medezondaar T v Eijsden. Toen zijn ze op bevel van het gerechtshof onder politiedwang uit hun woningen gehaald en naar de reeds gestarte, nieuwe zitting van het gerechtshof opgebracht. Al de tijd die het door de politie van huis ophalen (b.v. van Almere naar Amsterdam) en het opbrengen kostte, ging van de beschikbare zittingstijd af (vanwege tijdgebrek werd de zitting gehaast afgeraffeld). Ter terechtzitting gekomen stelde -- zonder medisch bewijs -- mevrouw A.C. Rietveld, de enige 'getuige' à charge (zij was directe buurvrouw van T v Eijsden) aan de president van het Hof dat zij aan geheugengebrek leed, doordat zij ziek zou zijn geweest... Haar afgelegde verklaring aan de politie speelt in het arrest geen noemenswaardige rol.
Trouwens, mevrouw Rietveld is destijds direct na afloop van de confrontatie van TPW van Eijsden met Cor Karsten, door complotleden er pas bijgehaald en ertoe benadrukt als zogenaamde spontane getuige op te treden bij de politie (vertellen wat ze zogenaamd had gezien en gehoord).
Schokkende waarheid over Nederlandse rechtspraak: Rechtspraak in opspraak.nl




Criminele Gewelddadige TPW v Eijsden Slachtoffert in Zijn Verklaringen Cor Karsten.

- 1.3.2 -
Waarom heeft TPW van Eijsden aangifte gedaan tegen Cor Karsten ?
Op de vraag van Cor Karsten aan T P W van Eijsden ter zitting hoger beroep waarom hij (T v Eijsden) aangifte had gedaan tegen Cor Karsten, zei TPW van Eijsden: "De polítie heeft tegen me gezegd dat ik dat moest doen..."
NB: de vraag moest via/door de president van het gerechtshof worden gedaan, deze wilde niet dat Cor Karsten zelf vragen rechtstreeks richtte aan T v Eijsden.

- 1.3.3 -
De president van het gerechtshof wou kennelijk niet dat er door Cor Karsten een echt kruisverhoor van T P W v Eijsden kon plaatsvinden.
Cor Karsten mocht niet rechtstreeks vragen stellen aan TPW van Eijsden maar moest aan de president van het gerechtshof zeggen wat hij aan TPW van Eijsden wilde vragen.
-- Nog ongelukkiger kan het niet. Dan heeft vragen stellen eigenlijk geen zin meer. Want de ogenblikkelijkheid van goed vragen stellen en het oogcontact met de bevraagde zijn weg. Bovendien legde de president aan TPW van Eijsden uitlatingen in de mond, als antwoorden en opmerkingen, die TPW van Eijsden niet uit zichzelf had gezegd. Kortom, de terechtzitting ging zo vals en zo geforceerd als wat. --
Bij de eerste vraag van Cor Karsten had de president trouwens al gezegd: "We gaan het hele verhoor niet overdoen!!" -- Kennelijk als waarschuwing aan Cor Karsten dat die niet moest denken dat hij goed vragen kon gaan stellen en dat hij daar redelijk genoeg tijd voor had. --
Het was te merken dat de rechters de terechtzitting gauw wilden afraffelen, er was ook een plotseling tijdgebrek ontstaan. Het was immers zo dat aan het begin van de terechtzitting werd geconstateerd dat AC Rietveld en TPW van Eijsden niet voor de te houden zitting waren verschenen. Toen moest halsoverkop de politie worden verwittigd en moesten de niet-verschenenen nog worden opgebracht. Het opbrengen van de 2 personen vond dus gedurende de zittingstijd plaats. De buurvrouw van TPW v Eijsden, ahum, de 'getuige' à charge, A C Rietveld, en TPW v Eijsden hadden weer hun dagvaarding genegeerd en waren weer niet ter zitting verschenen. In plaats van dat de zitting weer onafgemaakt voor onbepaalde tijd werd geschorst, moesten TPW van Eijsden en AC Rietveld toen alsnog door de politie van huis worden gehaald en naar de zitting worden opgebracht. Dat moest dus allemaal in de zittingstijd alsnog gebeuren. Daardoor was er nog maar weinig bruikbare tijd voor de te houden zitting overgebleven en de rechters wilden kennelijk ook nog voor het avondeten op tijd thuis zijn. Zeg maar 'dag' tegen een eerlijke en fatsoenlijke rechtspraak...









TPW van EIJSDEN IN VERPLETTERENDE TEGENSPRAAK MET ZICHZELF OVER ZIJN AGRESSIEVE CONFRONTATIE MET COR KARSTEN.

- 1.4 -
TPW van Eijsden (confrontator) heeft in de rechtszaak TPW van Eijsden vs. Cor Karsten een serie door hem gedane gerechtelijke verklaringen ingebracht (van politie t/m gerechtshof) over de confrontatie die hij persoonlijk is aangegaan met Cor Karsten. Uit die door TPW van Eijsden afgelegde verklaringen over die eenmalige confrontatie komt naar voren dat hij Cor Karsten daarbij toen heeft achtervolgd en agressief de confrontatie met C Karsten is aangegaan. Daarnaast blijkt uit die door TPW van Eijsden afgelegde verklaringen, dat daarin echter uitspraken en beweringen staan van hem, van TPW van Eijsden, die ernstig tegenstrijdig zijn met andere beweringen of uitspraken die hij, TPW van Eijsden, ook in die gerechtelijke verklaringen heeft gedaan.

Dat is onacceptabel voor iemand als TPW van Eijsden, die als zogenaamd slachtoffer en als kroongetuige is opgetreden in die rechtszaak over de door hem zelf aangegane confrontatie met C Karsten. TPW van Eijsden was als getuige namelijk van meet af aan, al vanaf zijn eerste verklaring, wettelijk verplicht uitsluitend de waarheid, de gehele waarheid en niets dan de waarheid te spreken in zijn verklaringen.
Daar komt bij dat de laatste door TPW van Eijsden afgelegde gerechtelijke verklaring, die is gedaan ter zitting in hoger beroep, tot absoluut en enige hoofdbewijs in het arrest van de rechtszaak is bestempeld en als zodanig is worden gebezigd. Dus de laatste leugenachtige verklaring van TPW van Eijsden ('leugenachtig' blijkt uit de vergelijkingen hieronder) dient nota bene als enige hoofdbewijs in het arrest van de rechtszaak. Zodoende heeft de Hoge Raad de in die, het hoofdbewijs vormende, verklaring voorkomende (ernstige) ongegrondheden en ernstige tegenstrijdigheden met beweringen of uitspraken gedaan door TPW van Eijsden in zijn aan zijn laatste verklaring voorafgaande (verzonnen) verklaringen, in de serie, onverantwoord voor lief genomen.

Hieronder zijn citaten uit de serie afgelegde verklaringen van TPW van Eijsden weergegeven en als zodanig bedoeld om duidelijk te (kunnen) maken dat er onderlinge onacceptabele verschillen ofwel ernstige fundamentele tegenstrijdigheden en ongegrondheden of opzettelijke ernstige leugens voorkomen in de serie gerechtelijke verklaringen die door TPW van Eijsden is afgelegd.
Met de hier gegeven verschillen in de verklaringen valt in wezen de basis, ofwel de betrouwbaarheid ofwel de inhoudelijke zekerheid van de afgelegde verklaringen totaal weg. Om de onbetrouwbaarheid ofwel omstotelijkheid van de verklaringen van TPW van Eijsden aan te tonen is het niet meer nodig, maar er kunnen nog meer citaten als voorbeeld van omstotelijkheden of leugenachtige onjuistheden uit de verklaringen worden gehaald.

-- 1 -"Terwijl ik buiten liep kwam ik de bewoner van de Tielstraat 50, genaamd C. Karsten, tegen. Er is al geruime tijd onenigheid tussen de heer Karsten enerzijds en mij, mijn vriendin en haar ouders, anderzijds. Vanavond kwam ik C. Karsten weer tegen en er ontstond weer een woordenwisseling tussen ons. Ik zag dat C. Karsten in zijn binnenzak greep en aangezien ik
GEHOORD had van meerdere buurtbewoners dat hij altijd een 'wapen' bij zich had, heb ik een straatklinker gepakt

en daarmee in zijn richting geslagen"


-- 2 -"In de Tielstraat zag ik voor de ingang van de garage voor de bewoners een man staan. Ik herkende de man als zijnde de reeds genoemde Karstens. Toen ik bij hem kwam heb ik tegen hem gezegd dat hij eens op moest houden met het intimideren van mijn schoonfamilie. Ik zag dat hij met beide handen in zijn jaszakken stond. Vervolgens zag ik dat Karstens zijn rechterhand uit zijn jaszak haalde. Ik zag dat hij in zijn rechterhand een 'wapen' vasthield. Ik zag dat hij het 'wapen' dreigend in mijn richting hield. Ik voelde mij hierdoor zo bedreigd dat ik een straatklinker met mijn linkerhand heb opgepakt. Vervolgens heb ik mijn linkerhand, waarin de straatklinker zich bevond, opgeheven met de bedoeling de klinker naar hem toe te gooien."

-- 3 -"Ik loop dan altijd de zelfde route. Terwijl ik daar liep kwam ik de heer Karsten tegen. Het is mij bekend dat hij bij de PTT werkt en dat hij rond die tijd, half 11 's avonds, naar huis komt. Toen ik Karsten was tegengekomen liep ik verder binnendoor terug naar de Tielstraat. Ik zag Karsten daar toen niet meer lopen. In de Tielstraat kwam ik langs de ingang, van de boxen, behorende bij de flats, waar ook Karsten woont. Toen ik daar langs liep zag ik Karsten plotseling uit de box naar buiten komen. Er ontstond toen een woordenwisseling tussen Karsten en mij. Ik sprak als eerste Karsten aan. Ik had het er over dat hij mijn schoonfamilie niet langer moest lastigvallen. Die woordenwisseling heeft een minuut of tien geduurd. Hij had eerst aldoor zijn beide handen in zijn zakken. Maar opeens kwam hij met naar ik dacht zijn rechterhand naar voren en toen voelde ik iets tegen mijn borst. Eerst dacht ik nog: ''Verrek, wat nou?'' Ik raakte daardoor in paniek. Door mijn angst kreeg ik een soort
hyperventilatie. Ik viel op de grond. Ik viel zo dat ik een straatklinker kon pakken. Ik stond op,
ik was blind van woede
ik heb toen Karsten met die straatklinker in zijn gezicht geslagen. Daarna ben ik weg gevlucht."


-- 4 -"Ik zag Karsten lopen in de Tielstraat. Hij ging naar zijn box. Toen hij eruit kwam heb ik hem aangesproken. Ik wilde met hem praten over de problemen die er waren tussen hem en mijn schoonfamilie. Er ontstond een woordenwisseling. Daarna was er wat duw- en trekwerk. Ik zag dat Karsten zijn hand in zijn zak deed en er een 'wapen' uit haalde. Ik pakte toen een straatklinker op."

-- 5 -"Toen ik in de Tielstraat langs de ingangen van de boxen kwam die bij de flats horen waar ook Karsten woonde, zag ik plotseling Karsten uit een box naar buiten komen. Ik sprak Karsten aan; er ontstond toen een woordenwisseling. Op een gegeven moment zag ik dat Karsten een 'wapen' in zijn handen had. Daarop heb ik een straatklinker gepakt. Karsten ken ik van naam en gezicht. Hij is mijn buurman. Ik kwam hem bij toeval tegen."





- 1.5 -
De in hoger beroep afgelegde TPW v Eijsden-verklaring is als uniek bewijs gebezigd in de Cor Karsten rechtszaak. Deze T v Eijsden-verklaring wordt inhoudelijk in het dossier door geen enkel ander gegeven bevestigd.
In het arrest van de rechtszaak T P W van Eijsden vs Cor Karsten is door de Hoge Raad de door voornoemde T P W van Eijsden (ook te noemen: T v Eijsden; TvE; enz.) afgelegde verklaring gebezigd als het enige (unieke) bewijs voor de veroordeling van Cor Karsten.
Van een verklaring die als uniek bewijs wordt gebezigd in een rechtszaak mag echter toch op zijn minst worden verwacht dat die verklaring, dat unieke bewijs, inhoudelijk en in elk geval wat de essentie betreft volkomen naar waarheid is en dat andere, secundaire gebezigde bewijsgegevens in het arrest die verklaring, dat unieke bewijs, zeker wat de essentie of kern betreft ondubbelzinnig en onomstotelijk ondersteunen of bevestigen. Dit is vooral van het grootste belang in rechtszaken waar het vermeende bewijs uit niet meer bestaat dan afgelegde verklaringen. Zulks is - let op - het geval in de rechtszaak Cor Karsten.
Zeer belangrijk is het te beseffen dat in de rechtszaak Cor Karsten er geen bewijsgegevens (verklaringen) voorhanden zijn die als onbetwist ondersteunend zouden kunnen worden aangemerkt ten aanzien van de inhoudelijke essentie van het unieke bewijs c.q. de kern van de gebezigde verklaring van T P W van Eijsden.
Sterker, er is in de zaak Cor Karsten absoluut geen verklaring voorhanden die (overduidelijk) de kern van het unieke bewijs ontwijfelbaar bevestigt.
Er is in het dossier Cor Karsten dus geen enkele verklaring of bewijsgegeven aanwezig die inhoudelijk in de buurt komt van wat in de als uniek bewijs gebezigde verklaring essentieel wordt beweerd.

- 1.5.1 -
Geen Deugdelijk Ondersteunend bewijs voor de in hoger beroep afgelegde onhoudbare (gelogen) verklaring door TPW v Eijsden.
Juist om de kern van de in hoger beroep afgelegde verklaring, namelijk de essentie in de afgelegde verklaring, gaat het in de rechtszaak Cor Karsten. Het betreft namelijk een specifieke bewering van T P W van Eijsden. Aan precies die ene specifieke bewering is door de Hoge Raad de veroordeling van Cor Karsten opgehangen. De veroordeling van CorKarsten is dus feitelijk louter opgehangen aan die door T v Eijsden gedane specifieke bewering, in zijn verklaring, een bewering die door geen enkel ander gegeven in het dossier wordt bevestigd. Die specifieke bewering van T v Eijsden wordt dus beslist niet bevestigd door andere bewijsgegevens of verklaringen in het arrest die voor ondersteunend bewijs moeten doorgaan.

- 1.5.2 -
De Hoge Raad Merkt Ongegronde T v Eijsden-verklaring aan als De Waarheid en het zou de waarheid zijn omdat de specifieke handeling die Karsten zou hebben uitgevoerd in de afgelegde verklaring van T v Eijsden staat en omdat T v Eijsden die verklaring heeft afgelegd.
De bij de rechtszaak Cor Karsten betrokken cassatieadvocaat wijst in zijn schriftuur aan de Hoge Raad er op dat - zakelijk gezegd - twijfel mogelijk is aan de specifieke, cruciale bewering van T v Eijsden in zijn verklaring en dus in het bewijs. De cassatieadvocaat wijst er daarbij op dat de cruciale bewering van T v Eijsden door geen getuige of gegeven in het bewijs in het dossier onmiskenbaar wordt ondersteund.
Het enige schriftelijke antwoord dat de Hoge Raad op die kritiek van de cassatieadvocaat wist te geven was, dat - zakelijk gezegd - uit het door T v Eijsden gebezigde taalgebruik duidelijk zou zijn dat Cor Karsten zich aan het beweerde misdrijf zou hebben schuldig gemaakt.
De Hoge Raad heeft dus puur en alleen op die specifieke bewering, in die in hoger beroep afgelegde T v Eijsdenverklaring, gesteld dat Cor Karsten schuldig zou zijn. Dus zonder dat die verklaring (echt deugdelijk) is bevestigd. Zomaar eenmalig wat roepen, door T P W van Eijsden, was voor de Hoge Raad kennelijk voldoende voor een veroordeling.

- 1.5.3 -
De Hoge Raad Schoof Kennelijk De Wet ('Unus Testis, Nullus Testis') Doelbewust aan de kant om Koste Wat Kost Cor Karsten te Veroordelen.
Met zijn bovenbeschreven stellingname gaat de Hoge Raad echter voorbij aan de wet. Die bepaalt namelijk - zakelijk gezegd - dat een veroordeling niet mag zijn gebaseerd op basis van gegevens van slechts een enkele getuige.
De Hoge Raad heeft kennelijk doelbewust de wet aan de kant geschoven en zodoende de weg vrijgemaakt voor de (onterechte) veroordeling van Cor Karsten.
Dat is een misdrijf.



- 2 -

Een mentaal gelijke straatklinker-doodgooier als TPW van Eijsden slaagt voor examen moordaanslag : (3:11m).



- 3 -
Geeneen TPW van Eijsden-versie over beweerde C Karsten-incident inhoudelijk bevestigd door getuige, hard feit.

Op Eis Cor Karsten T v Eijsden door Politie Eindelijk Opgebracht naar Zitting Hoger Beroep, alwaar hij weer loog.

Hoge Raad Verhult: snelle TPW v Eijsden-aanval met Straatklinker op Ongewapende C Karsten (pv 761-466/87).

T v Eijsden-verklaringen Weerspreken Elkaar over Wanneer Straatklinker Gepakt en Aanval ermee op C Karsten.

T v Eijsden Geen Klinker op Hoofd Gekregen; maar Al Zijn Versies van C Karsten-incident Weerspreken Elkaar.

Stiekem Geheim Houden door T v Eijsden Wanneer Klinker Gepakt is Oorzaak uiteenlopen Zijn Incident-versies.

Criminele Agressieve Fantast TPW v Eijsden maakt in zijn Verklaringen Confrontatie met Cor Karsten Schokkend.


Waarheid
























© Copyright corkarsten.nl